zaterdag 16 april 2011

Excursie naar de Sallandse Heuvelrug

Vandaag zal om vier uur in de nacht de door mij geleide excursie naar de Sallandse Heuvelrug van start gaan. Om tien voor vier pikt Edward mij op bij de stoplichten. Bij de carpoolplaats bij de Vierwegen komen Pim Wolf en Marc Goedbloed ook al snel aan. Even later zijn ook Izak en Adriaan Weststrate gearriveerd. Als Izak Quist en Pauline van der Staaij er zijn kan de excursie van start gaan. Het is een flink eind rijden naar Twente. Als we in de provincie aangekomen zijn zie ik al gelijk een nieuwe jaarsoort: een roek.  Zo halen we nog wat dag- en jaarsoorten binnen. Als we uiteindelijk bij de parkeerplaats aan de Nijverdalse bergweg komen parkeren we daar de auto’s. Over de weg gaan we richting de korhoenders. In het naaldos waar we doorheen lopen zitten verschillende daar thuis horende soorten: pimpelmees, koolmees, boomklever en op de terugweg nog goudhaan, zwarte mees en goudvink.
Uiteindelijk komen we op een plaats aan waar we een goed overzicht hebben over de Sallandse Heuvelrug. Hier hopen we toch minimaal een glimp op te kunnen vangen van de laatste korhoenders. Ondertussen worden we gek gemaakt door zingende boompiepers. Na een poosje hoort Pim iets. Als we even stil zijn horen wij het ook. Een vreemd geluid het klinkt een beetje ‘winderig’ en ‘gobbelend’. Pim vergelijkt het met stukjes ijs die over ijs schuiven. Hoe dan ook: dit is hét geluid van baltsende korhoenders! Natuurlijk willen we zen u ook zien. Het geluid horen blijkt echter bijzonderder te zijn omdat je dat door de wind niet vaak hoort. Het zal waarschijnlijk ook de laatste keer zijn dat we dit geluid in Nederland horen. Na een hele poos heeft Pim een vrouw korhoen in beeld. Uiteindelijk zien we hem allemaal en wordt er ook een tweede ontdekt. Als de het eerste vrouwtje de kop uit de veren haalt wordt het leuker en kunnen we goed zien dat het inderdaad om een korhoen gaat. Pim ziet als enige ook een man korhoen. Natuurlijk willen wij ook graag een mannetje zien dus besluiten we om over de weg wat dichterbij de lopen. Onderweg horen we nog een soort die Pim in de auto al voorspeld had: gekraagde roodstaart. Zien doen we deze schitterende vogel niet maar gelukkig wordt dat later op de dag nog goedgemaakt. Als we de telescopen even opstellen en op de boom richten kunnen we nu vier korhoenen zien. Helaas blijven ze niet lang zitten en vliegen ze weg. Bij de bekende korhoenplek ontmoeten we een aantal andere vogelaars. Daar praten we wat mee maar we horen wel dat goed korhoenen zien er voor vandaag voor deze plek niet in zit. We besluiten daarom door te lopen om een betere plek te vinden. Van de inboorlingen (locals) krijgen we wat meer info over de leuke plekken. Pim informeert ook gelijk belangstellend aan één van hen of hij al een nieuwe hobby voor over twee jaar gevonden heeft… Als we bij de bosrand aankomen is er nog een nieuwe dagsoort: kuifmees. Alleen Pim had hem maar voor Izak en Adriaan is het nog een nieuwe soort dus die wachten even tot zij hem ook bij kunnen schrijven. Bij de bosrand keren we ook om en we lopen nu dus in de richting van de boom waar korhoenen in zaten. Het duurt ook niet lang of Marc roept “Hoen uit de boom!”. Even later voegt zich ook een tweede en een derde bij deze vogel. Als we voorbij de boom zijn komt ook de vierde vrouw korhoen overvliegen dus de serie is compleet. Langs het pad staat een aantal vogelaars geconcentreerd naar iets te kijken. Als we vragen waar ze naar kijken horen we dat er een mannetje korhoen te zien is. Die willen wij ook zien! Snel hebben we alles opgesteld en kunnen we ook naar de korhaan kijken. Door de telescoop is hij erg mooi te zien. Voor goede foto’s zit hij te ver maar een bewijsplaatje kan er wel af.

Al snel wordt ook een tweede en een derde korhaan ontdekt. Die derde laat zich wat moeilijker zien zodat weinig mensen die hebben. Het tweede korhoen vliegt na een poosje op om in een boom te landen waarna hij ook weer snel verdwijnt. Wij kunnen in ieder geval met een tevreden gevoel weglopen. Op de terugweg door het bos komen we de al eerder genoemde soorten tegen. Als we weer bij de auto’s zijn kunnen we concluderen dat onderdeel Sallandse Heuvelrug in ieder geval succesvol was. We hebben ongeveer de helft van de landelijke populatie gezien dus alle reden om tevreden te zijn! Nu gaan we naar het Wierdense Veld. Daar zien we de eerste tapuit van de dag en een schitterend mannetje gekraagde roodstaart. Ook horen we een grutto. Na het Wierdense Veld gaan we naar het Gravenbos in Almelo. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig te zijn. Pim komt met de uitspraak van een één of andere gast die als volgt luidt: “Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen, in Almelo is altijd wat te doen”. Dat klopt. Het is alleen niet gezegd dat dat ook leuk is. Zo kunnen de Almeloërs (of Almeloane? In ieder geval de inwoners van Almelo) geen kaarten updaten. Verder weigert ook de dame van de tomtom alle goede meewerking. Zij moet dan ook af en toe vermanend door Pim toegesproken worden. Dat gaat ongeveer zo “Zo Bertha/Chantal je hebt ons weer eens verkeerd gestuurd, je zorgt maar dat we weer op de goede weg te recht komen” en als het een keer goed gaat: “Goedzo Bertha/Chantal we rijden nu een keer niet verkeerd, ga zo door!”. Helaas wil Bertha/Chantal niet echt luisteren. Gelukkig hebben we nog een goeie ouwe kaart in de auto en komen we na drie keer verkeerd gereden te hebben eindelijk aan. Al dat gerij heeft gelukkig nog wel twee patrijzen en een mooi mannetje tapuit opgebracht.
In het bos worden we al verwelkomd door zingende bonte vliegenvangers. Een geluid dat we in Zeeland niet vaak horen! Ze maken dankbaar gebruik van de daar opgehangen nestkasten en laten zich goed op de foto zetten.
De eerste spechten (want dat is het hoofddoel) zijn zoals verwacht grote bonte en groene. Het wordt leuker als Pim een man en vrouw middelste bonte ziet. Tenminste voor hem, want ze zijn zo snel weg dat wij ze met z’n allen niet zien. Gelukkig horen we er in de verte wel één zodat we toch een nieuwe soort hebben maar het is wel jammer. Ondertussen komt er ook nog een mannetje op een fiets langs die bij ons stopt. Uitgebreid horen we wel 20x dat hij hier de eerste middelste bonte ontdekt heeft. Hij wil daar echter niet over opscheppen dus komen wij er goed vanaf met onze 20x. Als hij uitgebabbeld is over de mibo’s komt het huidige millieubeleid aan de beurt. Uitgebreid wordt de boswachter onder de loep genomen die toch wel erg anti-natuur is. Uitgebreid misnoegen over de bleke meneer van het CDA (wanneer ook niet) en zo meer. Bij de 13e keer dat hij over de mibo begon hebben de meesten van ons  al afgehaakt. Wij gaan wat nuttigs doen een mibo ontdekken bijvoorbeeld! Zijn klaagzang blijft ons gelukkig grotendeels bespaard. Een zijweggetje brengt gelukkig redding zodat we ons weer op vogels kunnen gaan concentreren. Eerst gaan we naar de plek waar volgens de kaart van Timo Roeke een ijsvogel zat. Inderdaad horen sommigen van ons die ook, het is wel jammer dat hij zich niet laat zien. Een boomkruiper met een opvallende oogstreep wordt nog eens goed bekeken maar blijkt toch normaal te zijn. Als we vanaf dit punt weer verder lopen komen we weer uit op de zijweg. Die steken we over en gaan aan de andere kant verder. Daar zie ik een glanskop. Alle anderen zien hem ook en hij laat zich ook nog goed fotograferen dus een leuke soort erbij.

Opeens horen we wel een erg vreemd geluid. We luisteren nog eens goed… Zwarte specht! Leuk hoor, een nieuwe soort! Helaas zien we ook die niet maar het geluid is al leuk op zich! Het verdere van het bos laat niet zoveel bijzonders zien. Veel boomklevers en veel bonte vliegen. Aan de overkant van de weg loopt het bos ook door. Ook dat doorkruisen we maar veel leuks komen we niet tegen. Een paar oranjetipjes (vlinders) zijn nog wel het vermelden waard. Na het Gravenbos is er even discussie als we bij de auto’s komen. Een deel van ons vind het al tijd en wil zo zachtjes aan wel eens naar huis daarbij speelt de ringsnaveleend van de Krammersluizen ook een rol. Op de planning stonden nog de Engbertsdijkvenen. Het is wel jammer om als je toch hier bent voor een Zeelandse vogel terug te gaan. Ik had ook geen klachten over de van tevoren gestuurde planning dus die houden we aan. Even later (moeilijk om uit Almelo te komen) hebben we Almelo achter ons gelaten en zijn we op weg naar de Engbertsdijkvenen. Al snel komen we daar aan. Het blijkt een leuk gebied te zijn. De fitissen zingen uitbundig en zo is er nog veel meer te zien.

Als we over het pad lopen horen we opeens een geritsel. Snel kijken we: een slang! De tekening op de huid laat niet veel twijfel over: het is een adder. Dat is erg leuk. Vooral omdat er nog veel meer opduiken. Uiteindelijk hebben we ongeveer 5-10 adders gezien. Ze zijn in allerlei kleuren: rood, geel en bruin. Op de slangen raken we dan ook niet snel uitgekeken. Het blijkt nog moeilijk te zijn ze scherp op te foto te krijgen maar uiteindelijk rollen er toch wat leuke plaatjes uit.

Een levendbarende hagedis is ook leuk.
In de plasjes zwemmen adult zomerkleed geoorde futen. Ook mooi!

Een waterral roept ook nog wat keren. Op de bankjes van de telpost Enbertsdijkvenen gaan we even zitten. Daar zien we ongeveer vier buizerds en ook nog een sperwer. Een kneu laat zich ook nog leuk zien.

Als we het gebied zo’n beetje bekeken hebben gaan we terug. Een erg leuk gebied om mee af te sluiten! De auto van Izak (inclusief Pauline, Adriaan en Izak) gaat terug naar huis. Onze auto (Edward, Pim, Marc en ik) gaat nog door naar de Biesbosch. We doen onderweg nog verwoede pogingen om een raaf te zien maar dat lukt niet. Apart is nog wel een dode bosuil aan de kant van de weg. Helaas geen nieuwe soort. Na een hoop gerij komen we aan bij de Hardenhoek. Daar is een Amerikaanse wintertaling ontdekt. Toevallig ontdekte Corstiaan Beeke ook deze week een Amerikaantje in de Prunje. Het daarom voor geen van ons een nieuwe soort. Het is natuurlijk toch wel een leuke soort dus vol goede moed gaan we naar boven. Daar zijn veel wintertalingen en veel zomertalingen. De Amerikaan wordt al snel gevonden. Hij is leuk te zien. De vogel van de Prunje was leuker maar hier hebben we toch ook niet over te klagen. Behalve de genoemde eenden zijn er ook nog een aantal kemphanen, groenpootruiters en meer van dat spul. Na een lange poos zijn we uitgekeken en gaan we verder naar een ander deel van Hardenhoek. Pim merkt nog op dat hij ‘om Theo te zieken’ nog wel een Amerikaanse wintertaling wil ontdekken. Als de telescopen opgezet zijn begint het afkijken van het gebied. Dan zien we dat Pim wat bijzonders heeft. Als we vragen wat dat is antwoord hij dat we maar door z’n scoop moeten kijken. Dat doen we ook meteen. Een Amerikaanse wintertaling in beeld! Pim heeft zowaar een tweede ontdekt! Het wordt direct doorgebeld. Dit beestje is nog niet zo eenvoudig te zien. Marc heeft pech want als hij hem ook eindelijk in beeld heeft staat er een kemphaan voor het witte streepje! Gelukkig stapt de kemphaan uiteindelijk weer door zodat Marc hem ook kan zien. Al snel zijn er enkele bekenden van Pim ter plaatse. Zij kunnen hem ook al snel vinden. Bewonderen is een beetje veel gezegd want daarvoor zit hij te ver en te moeilijk. Hij vliegt ook even op maar wordt gelukkig weer terug gevonden. Terwijl we dit allemaal aan het doen zijn zingt er ook nog een nachtegaal. Wij rijden op den duur ook weer verder. Onderweg horen we nog een matkop. Bij een rietkraagje horen we een blauwborst en vliegen er twee lepelaars over. Om de 100 vol te maken op de daglijst proberen we ook nog een Cetti’s zanger te scoren. Als we bij een plek aangekomen zijn waar hij zou kunnen zitten gaan we staan luisteren. Lang hoeven we niet te wachten, keihard klinkt de bekende zang in onze oren. Tevreden kunnen we de dag afsluiten met deze leuke soort. Mijn eerste zelfgeleide excursie was een succes! Het is met veel dank aan Timo Roeke die me al de goede plekken bij de korhoenders mailde erg leuk geworden!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten