zaterdag 10 september 2011

De traditionele Huttentocht anno 2011


Zoals gewoonlijk wordt er ieder jaar een Huttentocht gehouden. Ook dit jaar is dat weer het geval. De vorige twee huttentochten ben ik van de partij geweest maar bij deze aarzel ik toch. Het bij de vergadering besproken programma klonk mij niet zo aanlokkelijk in de oren en daarom besloot ik het af te zeggen. Het programma is deze week echter nog aangepast zodat het mij nu toch leuk genoeg leek om mee te gaan. Om kwart over acht komt Peter Boelee (excursieleider) mij ophalen. Daarna rijden we naar de Vierwegen om op de anderen te wachten. Om kwart voor negen is de troep compleet. Ondertussen heb ik de tijd gedood met wat eerste dagsoortjes op te schrijven tjiftjaf, roodborst, winterkoning, houtduif en meer van dat spul. Eerst wordt besloten om naar het Stinkgat te gaan. Onderweg wordt na de Oesterdam nog even gestopt bij een gebiedje. Opvallend daar zijn de vele watersnippen.
Een kemphaan is leuk en ook horen we de eerste gele kwikken. Ook gaaf is een grote zilverreiger die goed overkomt vliegen.
Verder zitten er nog veel goudplevieren. Na dit gebied gaan we dus naar het Stinkgat. Het is een stukje lopen naar de hut maar na een poosje gezellig tussen de koeienvlaaien doorsjokken (met natte sokken) zijn we er toch. Er zitten veel kieviten maar toch ook nog wat ander spul. Een oeverloper is nieuw voor de daglijst. Verder loopt er ook nog een strandlopertje. Ik zeg wel strandloperTJE maar in werkelijkheid ziet hij er nog al fors uit. Met behulp van hersens en gids komen we al snel op een onvolwassen krombekstrandloper uit. Ook daar loopt een kemphaan. Ook leuk is een dodaarsje die nog deels in zomerkleed is.
Als de anderen al weggaan kijken we nog een laatste keer door het gebied. Bij een inmiddels ook ontdekte juveniele bontbekplevier loopt nog een strandlopertje… hij is ietsje kleine dan het pleviertje en dat kan maar één ding betekenen: een kleine strandloper.  Opnieuw eentje erbij voor de daglijst. Als we een poosje gekeken hebben staan ze op een gegeven moment alle drie bij elkaar: krombek, kleine en kemphaan. Nu is ook goed het grootteverschil tussen krombek en kleine te zien. Op de terugweg vliegt de hele troep kieviten op. Maar, wat vliegt daar nu tussen? Samen met Ton Stapels en Izak Weststrate bekijk ik een wel heel merkwaardige vogel. Een zeer licht ruitertje met grijze vleugels, een spierwitte kop en buik. Wat kan dat nu toch zijn? Een hele tijd weten we niet wat we voor ons hebben. Gedachtes aan dwaalgasten spoken door ons hoofd. Met de gids er bij kunnen we al gauw dingen af gaan strepen. Uiteindelijk komt een kemphaan het dichtst in de buurt, na raadpleging van Mark Hoekstein kom ik er ook achter dat dit zelfs niet eens zo’n afwijkend kleed is. Een foto van zij die wat langer bleven en dus de kleine strandloper nog zagen, staat hieronder.
V.l.n.r. Ton Stapels, Bram Tissink, Lennart Verheuvel (ikzelf dus), Izak Weststrate
Na de Thoolse gebieden gaan we zoals ieder jaar naar de Hellegatsplaten. Met moeite ploegen de auto’s zich over de onverharde weg. Uiteindelijk staan alle auto’s gelukkig, weliswaar bemodderd, geparkeerd. Daarna gaan we over de dijk naar de hut toe. De nieuwe hut helaas, de andere hut was sinds vorig jaar afgebroken en nu staat er een nieuwe. Naar die hut is het niet zo ver lopen als naar de andere maar hij is lang niet zo leuk als zijn voorganger. Zodra we de brug bereikt hebben gaan we daaroverheen naar de hut. Als ik aan kom lopen vallen mij meteen de grote groepen eenden op die naar ons toe komen vliegen. Daar is wat aan de hand! Ja, hoor een cirkelende rover. “Rover!” roep ik naar Izak. Al snel kan ik ook de soortnaam er bij vermelden: Visarend! Terwijl ik al foto’s ga maken brullen we nog snel naar de anderen in de hut dat we een visarend hebben. De visarend laat zich erg leuk zien. Vooral met de telescoop is hij mooi te bekijken. Heel wat beter dan die vage, verre visarend van vorig jaar!
Als ik een beetje uitgefotografeerd ben ga ik weer in de hut en daar hoor ik dat er op de dam tegenover de hut nog een andere, zittende visarend zit. Hoewel deze ver weg is, is ook hij leuk te zien. Nu hebben we dus twee visarenden! Ook daar zien we weer een kemphaan. Voor de daglijst zijn een aantal eenden nieuw. Smient, wintertaling en ook tafeleend maar die weten we achteraf toch niet helemaal zeker dus die wordt er weer afgehaald. De anderen in de hut zeiden dat ze een middelste zaagbek hadden gezien. Met behulp van de telescoop van Anneke kan ik er al vrij snel zes vinden, ook nieuw voor de daglijst. Na ons leuke verblijf in hut ‘De Visarend’ gaan terug naar de auto’s. Onderweg zien we nog een één of ander vreemd vogeltje waarvan we niet zeker weten wat het precies is. Bij de auto’s wordt er eerst gegeten en daarna rijden we naar een andere hut. Daar zagen we vorig jaar een paar groenpootruiters erg leuk. Nu lijkt er niet erg veel te zitten. Er zit een grote groep lepelaars en ook een aantal bergeenden, maar voor de rest niet erg veel. Dat veranderd als er een groepje groenpoten komt aanvliegen.  In totaal zijn het negen groenpoten, even later vliegen ze op en nu weet ik het zeker: er zit ook een zwarte ruiter bij.
Opeens is er paniek, alle lepelaars vliegen op. Al snel wordt de oorzaak duidelijk “Havik over het water!” roept Peter. Op betrekkelijk korte afstand komt mooi een waarschijnlijk vrouwtje havik langsvliegen. Na deze hut gaan we weer terug en naar de waarschijnlijk afsluiting van de Huttentocht. We gaan met boswachter Erik de Jonge (oud-vwglid en –straatgenoot) naar de vogelkijkhut bij het Markiezaat. Op de snelweg schrikken we opeens. Een aantal hele grote vogels in de lucht! Ondanks de maximumsnelheid van maar liefst 130 km per uur parkeert Peter voor ons de auto in de berm. Wij volgen, maar lang blijven we er niet. Zulke capriolen op de snelweg uithalen is namelijk nog al gevaarlijk realiseren we ons… In die korte tijd hebben we al wel kunnen zien dat het ooievaars zijn en op mijn gemaakte foto’s zie ik ook tien witte ooievaars.
Voor mij déjà vu met de 10 zwarte ooievaars die ik samen met Edward in de buurt van ’s-Gravenpolder zag. Daar werd trouwens ook zonder pardon de auto in berm geslingerd, zij het met een aanzienlijk lagere maximumsnelheid… Voor de rest komen we zonder ongelukken op de plaats van bestemming aan. Daar maken we kennis met Erik de Jonge en begint de toch met het beklimmen van de trappen van de uitkijktoren aldaar. Vanaf die uitkijktoren hebben we een mooi uitzicht over het gebied. Terwijl Erik het een en ander vertelt bekijken we ondertussen op het gemak de daar aanwezige vogels. Opvallend veel steltlopers zitten er maar ook het bos zelf is leuk. Een boomkruiper is nieuw voor de daglijst. Erg leuk zijn enkele vechtende mannetjes sperwers die dichtbij op ooghoogte voorbij komen. Na de uitkijktoren wordt er naar de hut gelopen. In de hut zien we eigenlijk niet er veel spectaculaire soorten maar het is er wel erg leuk. Nieuwe soorten voor de daglijst zijn daar tafeleend, slechtvalk, geoorde fuut, visdief en nog enkele anderen. Na de hut besluiten we om naar huis terug te gaan. Wel via de Hoogerwaardpolder zodat op de draden langs de weg misschien nog wat paapjes te scoren zijn. Dat lukt helemaal. Nauwelijks zijn we de Hoogerwaardpolder ingereden of Izak ziet iets op de draden zitten. Het duurt even voordat we er achter komen wat dat ‘iets’ is maar uiteindelijk  zien we allemaal (Arjen, Merien, Izak en ik) een mooi paapje zitten. Al snel vliegt de vogel naar de andere kant van de weg en lukt het mij om nog een bewijsplaatje te maken.
Even later zien we zijn meest naaste familielid: een mannetje roodborsttapuit is mooi te zien terwijl hij op een paaltje zit.
In de lucht cirkelen een aantal buizerden maar helaas geen wespendieven. Verder zitten daar ook een aantal grote zilverreigers. Als we nog een stukje verder rijden wordt op de draden ook de derde goed mogelijke tapuitensoort ontdekt: de tapuit zelf. Het zijn er twee en ze zijn leuk te zien. Het lukt mij ook om eentje te platen terwijl hij net een insect vangt.
Met deze rit door de Hoogerwaardpolder wordt de excursie afgesloten en rijden we verder non-stop naar huis. Het is weer een leuke excursie geweest. De andere planning dan de gewoonlijke op huttentochten heeft er wel voor gezorgd dat het dagrecord vandaag niet erg hoog uitvalt. 72 dagsoorten tegen de 85 en 89 van de jaren daarvoor. Maar, met twee visarenden hoor je niet te klagen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten