zaterdag 24 september 2011

Hoe Beveland Walcheren evenaarde: Big Day 2011

Vandaag is het eindelijk zover, de Bevelandse Big Day 2011 gaat officieel om zes uur van start. Tegelijkertijd met de Big Day van Walcheren organiseren wij ook altijd een Big Day, vaak wordt die op Noord-Beveland en Neeltje Jans gehouden. Dat is ook nu het geval. De regels zijn simpel zorg dat meer dan de helft van de groep een soort voor 18:00 uur ziet en je mag hem mee tellen. Mark en Edward hebben vorige week zondag al voorgevogeld en ondanks het slechte weer hadden ze toch 88 soorten. Dat belooft voor vandaag alle goeds! Om kwart over vijf haalt Edward mij bij de stoplichten op. Daarna gaan we door en halen we Mark ook af. Ons team is nu compleet, we zijn met z’n vieren: Mark Hoekstein, Edward Minnaar met dochter Ilona en natuurlijk ikzelf. Als Mark is ingestapt geeft Edward de etenswaren even door naar achteren. Tot zover gaat alles goed. De fles cassis moet helaas ook naar achteren en nu gaat het fout. Met een luid gesis springt de dop er af. Zo snel mogelijk probeer ik met m’n hand de fles af te sluiten. Gelukkig blijkt de schade mee te vallen. Afgezien van een paar druppels is er vooral koolzuur ontsnapt. Erger is het dat de dop spoorloos is verdwenen. Nu moet de fles voortaan met beleid vervoerd worden anders valt hij om en dan hebben we troep. Na dit ongelukje verloopt de korte reis gelukkig goed en ongeschonden komen we op Noord-Beveland aan om de Big Day te beginnen. De eerste soort word…. Tapuit! Verrassend genoeg is een tapuit die midden op de weg zit, de eerste soort. Volgens Mark doen ze dat wel vaker omdat tapuiten nachttrekkers zijn en daardoor kun je ze in het donker op de vreemdste plekken tegen komen. Peter Boelee wist mij te vertellen dat er langs de Emelissedijk een kerkuil zit. ’s Nachts vogelen is natuurlijk voor een groot deel gericht op uilen en dus beginnen we met patrouilleren langs de Emelissedijk en zo verder Noord-Beveland in. Bij de Wanteskuup wordt gestopt. Even proberen of we een waterral kunnen scoren. Zodra we uit zijn gestapt zien we al een natuurverschijnsel dat zeker ook erg leuk is: een vallende ster! Dat zie je wel vaker maar dit is toch wel een uitzondering. Normaal is een vallende ster een kort streepje licht die snel verdwijnt. Dit is een hele dikke baan vuur die aan het einde in allemaal kleine deeltjes uit elkaar spat, erg mooi! Er wordt nog geopperd of dit de satelliet is die zou gaan vallen maar waarschijnlijk is het toch niet zo. Terug naar de vogels, in het donker horen we van alles. Wulpen munten uit in vele variaties maar we horen niet echt nachtsoorten. Opeens horen we een aantal keer achter elkaar de bekende roep van de waterral. We zijn geslaagd en we kunnen terug. Op het dak van de auto staat de fles cassis zonder dop al te wachten. Al luisterend en vogelend gaan we zo richting de Goudplaten. Helaas zien we geen nachtsoorten meer. Bij de Goudplaten begint het al te schemeren, ook daar zien we wat soortjes maar wel van het normale spul. Bij de Schotsman is de volgende stop. Als de auto in de berm staat horen we al meteen een zwartkop. Al snel zien we ook een zwarte kraai, een graspieper en kan de eerste tjiftjaf genoteerd worden.  Met de opkomende zon kan ik nog een leuk sfeerplaatje schieten.
Op het gehoor komen er ook leuke soorten binnen. Een goudvink horen we en ook een havik, later zal blijken dat dit beide soorten de enige waren die we die dag zagen. De trek ziet er toch wel goed uit, daarom gaan we door naar de Banjaard. Tijdens het lopen ontdekt Mark tussen een grote groep kokmeeuwen een zwartkopmeeuw. Je kunt het maar hebben! De trek is eigenlijk niet zo veel, de zeetrek al helemaal niet. Een zwarte stern wordt alleen door Mark gezien. Wat ik wel erg apart vind is een groep van maar liefst 24 blauwe reigers! Wat ook erg leuk is, is een grote groep van ongeveer 70 lepelaars.
Op zee drijven ook nog 57 eiders. De trek is echter niet veel. Een groepje van drie rotganzen is ook nieuw voor de daglijst. Edward denkt een roodborsttapuit of iets van dien aard te zien in vallen. Natuurlijk gaan we daar op af. Achter een groep stenen zie ik opeens iets wits wegschieten. Ik denk aan de witte staart van een tapuit. Als we voorzichtig dichterbij lopen zien we wat het echt is: een hermelijn staat vol interesse naar ons te kijken! Een korte tijd kunnen we hem bewonderen als hij stil staat tussen de stenen.
Dan schiet hij weg. Als we naar de stenen gelopen zijn zien we hem nog een keer wegschieten. Bij de stenen stoppen we even. Terwijl we wat over de hermelijn staan te praten komt het beestje nog een keer. Ditmaal om te verkennen of de kust veilig is, op ongeveer een meter afstand steekt hij zijn kopje uit een holletje, super gaaf! Voor de rest is de trek niet zo heel erg veel. Gelukkig horen we nog wel een boompieper. Dat is ook de enige van de dag. Op de terugweg wordt er nog gestopt bij een veelbelovend uitziend gebiedje. Dat blijkt ook wel als Mark een vrouwtje gekraagde roodstaart ontdekt. Een nieuwe voor de daglijst! Vlakbij de Banjaard is nog een andere afslag die leidt naar een plek die goed zou zijn voor zwarte sterns. Helaas zien we daar geen zwarte sterns maar wel een mooie en duidelijke bruinvis. De zoogdieren doen het goed vandaag, ik heb al twee nieuwe soorten te pakken! Na de Banjaard wordt besloten om naar Neeltje Jans te gaan om in ieder geval de kuifaal in te tikken. Dat lukt gelukkig ook. Al vrij snel zien we er twee bij elkaar en ook nog een derde die samen met een aalscholver staat. Daardoor zijn de verschillen goed te zien. Neeltje Jans is natuurlijk groot dus we zijn niet zomaar klaar. Op een ander deel van Neeltje Jans komt een mannetje slechtvalk pijlsnel langsvliegen.
Verder zit er ook nog een tapuit die even op de foto moet.
Ondertussen hebben we nog steeds geen kleine mantelmeeuw. Gelukkig levert de Roompot nog wel de enige (!) van de hele dag op. Een onvolwassen kleine mantel drijft tussen de andere meeuwen in het water. Mark weet nog een gebied dat een eindje lopen is maar leuke soorten op kan leveren. Onderweg zie ik een vreemde vogel vliegen. Is het nu een rover of toch een duif? Ik maak toch de anderen er op attent. Gelukkig maar, Mark herkent er een smelleken in. Dat past ook wel bij de verwarring met een duif, de vogel heet niet voor niets Falco Columbarius (duifachtige valk in het latijn), een goede naam! Na een eindje lopen komen we bij het gebied uit wat Mark bedoelde. Omringd door een aantal bomen is daar een rietveldje en daar gaan we nu heen. Het gebied zelf levert niets op maar des te meer vliegt er boven. Een overvliegende boerenzwaluw is op het nippertje niet de enige van de tocht. Een overvliegende grote gele kwikstaart is wél de enige van de tocht. Op de terugweg voert de weg langs een hele haag van bosjes die in het voorjaar altijd goed zijn voor feno-soortjes. Mark denkt een gekraagde roodstaart te zien. Als we hem daarna nog eens zien is zwarte roodstaart zeker ook een mogelijkheid. Edward loop terug om de vogel nog een keer op te laten vliegen. Volgens Mark zou de vogel nu in theorie uit de struiken moeten vliegen om op de stenen bij het opslagterrein te landen. Dat is precies wat de vogel doet! Hij vliegt daarna ook weer door maar we hebben hem lang genoeg gezien om zeker van onze zaak te zijn: een zwarte roodstaart! Ook twee overvliegende grote zilverreigers  zijn nieuw voor de daglijst.
Plotseling worden we opgeschrikt door een zogenaamde ringtail. Een vrouwtje of juveniele blauwe, grauwe of steppekiekendief. Helaas kan Mark met behulp van de telescoop er niets anders van maken als een blauwe kiekendief. Met al die waarnemingen van steppekieken door het hele land hadden we er natuurlijk een beetje opgehoopt, een blauwe kiekendief is natuurlijk evengoed een goede soort voor de daglijst. Even later staan we weer op de weg. Een eigenaardig trillerig roepje klinkt uit de struiken, vuurgoudhaantje! Al snel krijg ik dit fantastisch mooie vogeltje in de scoop (tussen twee haakjes, sinds vorige week zaterdag heb ik een nieuwe: Een Swarovski STM 65 met Swarovski 25-50 oculair. Voor die tijd mocht ik gebruik maken van de Bynolyt die ik leende van Merien van Loo waarvoor hierbij, veel dank!) Een paar foto’s van het vuurgoudhaantje maken lukt helaas niet maar dat maakt de waarneming er niet minder op. Voor Edward is het een nieuwe Bevelandsoort en voor mij een nieuwe jaarsoort. Als we weer bij de auto zijn denkt Mark een gors in de struiken te zien zitten. Snel wordt de al in de auto gegooide telescoop opgezet en… huismus! Dit is dus absoluut geen gebied waar je snel een huismus verwacht! Toch kunnen we er niets anders dan een vrouwtje huismus van maken. Een heggenmus gaat er naast zitten. Toch is het een nieuwe voor de daglijst, nummertje 78.
Als we terugrijden zien we een aalscholver zwemmen vlakbij de kant. “Zou dat geen kuifaal zijn?” vraag ik me hardop af. Lang hoeven we niet te raden. De vogel duikt met de kenmerkende sprong onder water. Absoluut een kuifaal. Snel wordt de auto er geparkeerd. De vogel zit te worstelen met een zelfgevangen vis en dat levert een voor mij erg leuke foto op.
Hierna gaan we naar het Veerse Meer en met name de Haringvreter. Mark ontdekt al snel een ver paapje. Opnieuw een nieuwe erbij voor de daglijst. Ik denk een kleine zilverreiger te zien maar dat blijkt een lepelaar te zijn. Gelukkig zit daar vlak bij wel een kleine zilverreiger. Vanuit de bomen worden enkele beruchte missoorten gehoord en gezien. De eerste is een groene specht die we horen, de tweede is een groep staartmezen die we horen en zien. Helaas zien we geen grote Canadese gans en dat zal de grote misser van deze toch blijken te zijn. Bij een ander deel van het Veerse Meer komen wel middelste zaagbek, geoorde fuut en waterhoen op de lijst. Een leuke soort daar is zijn twee krombekstrandlopers. De grote zaagbek die Mark en Edward daar al eerder zagen laat zich helaas niet meer zien. Met andere soorten er bij is de lijst inmiddels gegroeid naar 90. Bij Geersdijk wordt opnieuw een stop gemaakt. Ditmaal bij een slootje om een ijsvogel te scoren. Helaas zien of horen we die niet. Op het nippertje levert deze stop toch een nieuwe soort voor de daglijst op namelijk een rietgors die Edward hoort. In het dorp Wissenkerke wordt het toch eens tijd om de huiszwaluw op de daglijst te krijgen en dat lukt gelukkig ook. In het centrum van Wissenkerke ontdekt Edward twee huiszwaluwen. Inlaag de Keihoogte levert helaas niet de gehoopte Grote Geelpootruiter op maar wel pijlstaart, wintertaling en tafelleend. Vlak voor we weggaan check ik nog één keer het plasje, gelukkig maar, daar staat de enige witgat van de bigdaylijst! Als we bij de auto staan en we al ingestapt zijn komt er een interessante melding binnen. Een bladkoning bij Neeltje Jans! De vogel zit in een gebied waar wij normaal ook naar toe zouden zijn gegaan als we de gekraagde roodstaart nog niet zouden hebben. Nu gaan we er natuurlijk wel naar toe. Dankzij een belletje met de ontdekkers Kees en Rina Renes weten we precies waar we moeten zijn. Al snel rijden we op Neeltje Jans en kunnen we richting de bladkoning gaan lopen. Onderweg komen we nog een mooie groep van ongeveer 5000 spreeuwen tegen.
De hele dag door zien we trouwens veel spreeuwen. Als we bij de plaats van bestemming aankomen is de vogel even niet te horen of te zien. Gelukkig duurt het niet lang of de vogel roept één keer heel duidelijk. Een nieuwe jaar- en Bevelandsoort binnen! Het lukt ook nog om de vogel kort te zien. Daar komen we ook Niels de Schipper nog tegen. Die heeft ’s ochtends bij Oranjezon nog een overvliegend euro’tje gezien. Na de bladkoning kunnen we weer terug. Als we weer op Noord-Beveland gekomen zijn stelt Mark voor om even op de dijk bij het Waterhoefje over zee te kijken. Dat blijkt een goede keus. Al snel ontdekt Mark op de zandplaat een zittende visarend. Een heel tijdje later ontdekt ik ook op een paaltje op diezelfde  plaat een tweede. Verder kunnen we daar de broodnodige  zeesoortjes intikken als zilverplevier, bonte strandloper en drieteenstrandloper. Verder zit daar ook een soort die we alle drie verrassend genoeg, vergeten zijn, een bergeend! Hierna zitten we al op 103 soorten. Het gaat lekker zo! De grootste missers tot nu toe zijn grote Canadese gans en knobbelzwaan. Gelukkig wordt bij de ’s-Gravenhoekinlaag één van die missers opgeruimd. Edward ontdekt achterin de inlaag een knobbelzwaan. Edward en Mark zagen vorige week nog een zomertaling in de ’s-Gravenhoek. Uit de Wanteskuup komen een heel aantal ganzen en eenden. De eenden zijn welkom, de grauwe ganzen wat minder. Gelukkig komt er ook nog een heel goede soort uit de Wanteskuup. Mark determineerd hem al als hij langs vliegt, zomertaling! De vogel strijkt neer en laat zich goed bekijken.
De ’s-Gravenhoek heeft het soortentotaal op 105 gebracht. In ieder geval nummer 106 hopen we bij het Bokkegat te scoren in de vorm van een boomkruiper. Al snel zijn we ter plaatse en gaan we naar het bos bij het Bokkegat. Onderweg komt nog een groene specht langs vliegen. In het bos horen we echter niets. Opeens vliegt is er een valkje tussen de bomen door te zien, een boomvalk! Nu hebben we alle niet zeldzame roofvogels compleet: havik, sperwer, torenvalk, slechtvalk, boomvalk, smelleken, buizerd, bruine kiekendief en blauwe kiekendief. Als we uit het bos lopen komt de boomvalk nog een keer fantastisch over. Nu is er ook de gelegenheid om leuke plaatjes te schieten.
Het blijkt een juveniele boomvalk te zijn. Als de valk weg is horen we opeens ook de bekende roep van de boomkruiper, mission completed! Met meer vogels dan we gedacht hadden lopen we terug. Nu wordt het toch opschieten, snel gaan we door naar de noordkant van het Bokkegat. Daar loopt niets, vlug door naar de Oesterput. Hopelijk vinden we daar een aantal van de nog ontbrekende soorten. Een groep grutto’s is goed voor nummer 108. Op de dijk ontdekt Mark nummer 109 in de vorm van twee zwarte sterns die we nu allemaal zien. Edward ziet 110 in de vorm van een regenwulp die tussen de gewone wulpen staat te poetsen.
Snel door maar weer! Bij de Wanteskuup hopen we in ieder geval baardman en misschien ook bosruiter te zien. Daar zitten in ieder geval watersnippen en al snel wordt de bosruiter ontdekt. Een alarmroepje klinkt uit het riet. Al snel weten we de oorzaak: een kleine karekiet! De teller staat nu op 112. Dan klinkt het welbekende roepje van een baardman. Nummer 113 is binnen! Nog slechts één soort zijn we verwijderd van het Bevelandse record 114. We houden kort krijgsraad wat we zullen doen. We gaan voor het schor van Kats om daar rosse grutto en hopelijk ook kanoet te zien. Na een tijdje ontdekt Mark één rosse grutto. Het record is geëvenaard! Op de plaat van Kats hopen we de ontbrekende soort aan te vullen. Terwijl de laatste minuten wegtikken zoeken we koortsachtig de plaat van Kats af. Een rotgans met een lichtere flank blijk helaas niets bijzonders te zijn. Terwijl de laatste seconden verstrijken beseffen we dat een nieuw record er niet meer in zit. Zes uur, de Big Day is afgelopen. Een zeer goed dagresultaat behaald! Zoals het plan was wordt in restaurant de Kroon de Big Day besloten. Op een meegebrachte lijst kruist Mark ter controle alle soorten af om zo precies te weten of er niets dubbel geteld is. Hij komt uit op 113… Gelukkig! Mark had de bladkoning nog niet op de lijst staan. Even later kunnen we vol trots aan een bellende Corstiaan meedelen dat we 114 soorten gezien hebben. Even veel als hun winnende team! Toch een goede prestatie als je bedenkt dat bij Walcheren ongeveer vijf of zes teams meededen tegenover die ene van ons! Zeer tevreden wordt de avond afgesloten met een voor Mark, Edward en mij een Boerenomelet en voor Ilona frietjes met een frikadel. Jammer dat het record niet verbroken is, maar dan hebben we volgend jaar nog wat te doen! Zo zou het verslag geëindigd zijn als Corstiaan Beeke de Walcherse en Bevelandse lijst niet nog een keer herteld had. Walcheren kreeg er een soort erbij, maar wij ook. De boomkruiper stond niet op de kruisjeslijst en die hebben we wel degelijk gezien. Zo eindigen zowel Walcheren als Bevelanden toch met 115 soorten. Als nog is er een nieuw Bevelands record gevestigd!

1 opmerking:

  1. Mooi verhaal! Gefeliciteerd. De Oosterscheldekering is trouwens gemeente Veerse, en wordt door Schouwse vogelaars tot Schouwen-Duiveland gerekend.
    vr groet
    Peter Meininger

    BeantwoordenVerwijderen